LOKAAL BEGINT IN ZOETERMEER – COLUMN ROEL VAN DER VLIES

Lokaal begint in Zoetermeer

Soms blijft één zin uit een debat hangen.

Vorige week zei ik tijdens een verkiezingsdebat:

“Wij zijn een onafhankelijke partij. Daarmee bedoel ik dat wij geen moederpartij hebben die de lijn voorschrijft.”

Nog diezelfde avond zag ik op sociale media een reactie van een collega-lijsttrekker. Hij noemde dat “fantasie-armoede”. Volgens hem krijgen lokale politici van landelijke partijen helemaal geen orders uit Den Haag.

Daar heeft hij een punt.

De meeste gemeenteraadsleden krijgen geen telefoontje uit Den Haag met instructies. En raadsleden van landelijke partijen wonen hier net zo goed. Hun kinderen zitten hier op school, ze sporten bij onze verenigingen en staan net als iedereen in de rij bij de bakker. In die zin zijn we allemaal lokaal.

Maar er is wel een verschil.

Bij landelijke partijen worden de belangrijkste uitgangspunten meestal niet in Zoetermeer bedacht. Die komen uit een landelijk programma of een politieke ideologie die voor het hele land geldt. Van daaruit kijken zij naar wat lokaal verstandig is.

Een lokale partij begint precies andersom.

Wij kijken eerst naar wat hier werkt. In onze wijken. Onze straten. Onze parken.

Dat lokale begint overigens niet alleen bij ideeën, maar ook bij mensen. In de wet staat dat kandidaten voor de gemeenteraad niet per se in de gemeente hoeven te wonen. Dat mag. Maar het laat wel zien hoe verschillende partijen tegen lokaal bestuur aankijken.

Voor ons is het vanzelfsprekend dat mensen die over Zoetermeer beslissen, hier ook wonen. Dat ze dezelfde straten gebruiken, dezelfde scholen kennen, en dezelfde buurten meemaken als de inwoners die zij vertegenwoordigen.

Werkt een verkeersmaatregel in Meerzicht?

Helpt een speelplek in Oosterheem echt de buurt vooruit?

En wat betekent een besluit voor bewoners in Rokkeveen of Buytenwegh?

Daar begint lokale politiek. Niet bij een landelijke ideologie. Maar bij de vraag: wat werkt voor Zoetermeer?

Of, simpeler gezegd: wat werkt hier, tussen de Dobbe, de Dorpsstraat en Oosterheem.

De Franse filosoof Montesquieu schreef ooit:

“Wetten moeten zo goed passen bij het volk waarvoor ze zijn gemaakt, dat het bijna een wonder is als ze ook ergens anders werken.”

Dat geldt ook voor lokaal bestuur.

In een debat over afval vertelde een raadslid van een landelijke partij onlangs eerlijk dat hun fractie met een dilemma zat. Hun idealen wezen één kant op, terwijl een praktische oplossing voor Zoetermeer een andere kant op wees.

Dat soort momenten laten precies het verschil zien.

Overigens verschilt dat ook tussen landelijke partijen. Liberalen staan er bijvoorbeeld om bekend dat hun lokale fracties veel ruimte krijgen om eigen keuzes te maken. Dat past bij hun nadruk op eigen verantwoordelijkheid. Maar ook dan begint de politieke gedachte meestal landelijk, en pas daarna lokaal.

Bij een lokale partij is het precies andersom. Wij beginnen bij Zoetermeer.

Misschien is dat minder ideologisch. Maar lokaal bestuur gaat uiteindelijk niet over ideologie. Het gaat over veilige straten, een schone wijk en inwoners die zich gehoord voelen.

Daarom begint lokale politiek altijd op dezelfde plek: bij de inwoners van Zoetermeer.